Colofon | ContactEN | FR

Nederlandse nationaliteit?

Met de opkomst van de nationale staten kregen de centrale overheden steeds meer oog voor de nationaliteit van hun burgers. In Nederland volgde men gedurende een groot deel van de 19de eeuw het ius soli, oftewel het geboortelandprincipe.

Volgens het Burgerlijk Wetboek van 1838 ontving je automatisch het Nederlanderschap wanneer je op Nederlandse grond was geboren (d.w.z. in Nederland, of in de koloniën) uit ouders die daar gevestigd waren. Het maakte daarbij geen verschil of je ouders de Belgische of Nederlandse nationaliteit bezaten. Daarnaast waren er ook nog een aantal andere mogelijkheden om de Nederlandse nationaliteit te verwerven:

  • Wanneer je als in Nederland geboren kind van niet in Nederland gevestigde ouders bij het bereiken van je 23-jarige leeftijd aangaf dat je je in Nederland (inclusief koloniën) wilde vestigen.
  • Wanneer je als kind in het buitenland werd geboren tijdens een reis van ouders die Nederlander waren of in Nederland (inclusief koloniën) waren gevestigd.
  • Wanneer je als niet in Nederland geboren vrouw getrouwd was met een Nederlandse man.
  • Wanneer je je als vreemdeling tot Nederlander had laten naturaliseren.

Steden als Amsterdam hebben door de eeuwen heen
steeds een grote aantrekkingskracht uitgeoefend op migranten
(Foto: Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis)

Woonde je als Belgische migrant zes jaar in een gemeente en wilde je graag blijven, dan kon je met Nederlanders worden gelijkgesteld. Je kreeg dan echter niet de Nederlandse nationaliteit.