Colofon | ContactEN | FR

De zestiende en zeventiende eeuw

De Zuid-Nederlandse migranten die in de 16de en 17de eeuw naar het noorden trokken zorgden niet alleen voor een sterke bevolkingsgroei, maar gaven ook een belangrijke financiële, economische en artistieke impuls aan de Noordelijke Nederlanden. Zij oefenden daardoor een grote invloed uit op de ontwikkeling van de Nederlandse samenleving. Het ging hierbij overigens niet alleen om oorlogsvluchtelingen: aangetrokken door de hoge lonen vonden bijvoorbeeld ook veel Vlaamse seizoenarbeiders hun weg naar de Republiek. Daarnaast bood de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC) eveneens volop werkgelegenheid voor Zuid-Nederlanders.

Vanwege de economische concurrentie werd hun komst niet overal even hard toegejuicht en dienden veel migranten genoegen te nemen met een lagere positie dan zij gewend waren. Vooral voor bakkers-, schoenmakers- en kleermakersknechten uit de Zuidelijke Nederlanden was het moeilijk om te stijgen op de sociaaleconomische ladder.

Blekerij bij Haarlem. De komst van Zuid-Nederlandse migranten zorgde in de 17de eeuw voor een bloeiperiode in het linnen- en bleekbedrijf in Holland
(Foto: Frans Hals Museum)

Ook de politieke/bestuurlijke invloed van de Zuid-Nederlandse migranten werd aanvankelijk met enig wantrouwen bekeken. In de eerste decennia van de Nederlandse Opstand waren de openbare ambten in de Noord-Nederlandse steden lang niet altijd toegankelijk voor hen. Dat veranderde na de Synode van Dordrecht in 1618, maar voor uitoefening van bestuursfuncties was toen wel lidmaatschap van de Nederduits gereformeerde kerk verplicht (de officiële staatskerk van de Republiek).