Colofon | ContactEN | FR

De strohoedenmakers

Economische motieven lagen aan de basis van de migratie van Belgische strohoedenmakers, die vanaf omstreeks 1800 naar Nederland kwamen. Deze industrie maakte vanaf het eind van de 18de eeuw een sterke groei door, waarbij in diverse grote Europese steden bedrijven werden gesticht door Belgische fabrikanten. Voor het stikken, vorm geven en afwerken van de strohoeden schakelden zij vaak land- of streekgenoten in. De strohoedenmakers waren vooral afkomstig uit de Belgische provincies Luik en Limburg, en dan met name uit het Jekerdal (Glons, Roclenge, Bassenge en Wonck).

Enkele heren met strohoed te Amsterdam, 1911
(Foto: Spaarnestad Photo).

Het waren hoofdzakelijk mannen die migreerden en de band met de geboortestreek bleef groot. De meeste van hen verbleven slechts tijdelijk als seizoenarbeider op Nederlandse bodem. Deze seizoensmigratie verliep volgens een vast patroon: de strohoedenmakers arriveerden ieder jaar in februari en vertrokken in juni weer naar België. Sommige strohoedenmakers vestigden zich op den duur met gezin en al in Nederland of trouwden met een Nederlandse partner, waardoor het verblijf een permanent karakter kreeg.