Colofon | ContactEN | FR

De oorlogsvluchtelingen

Toen op 4 augustus 1914 de Belgische neutraliteit werd geschonden door de inval van het Duitse leger, kwam een grote vluchtelingenstroom op gang richting Nederland. Twee maanden later hadden al 340.000 personen de grens gepasseerd. In totaal zouden ongeveer 1 miljoen Belgische vluchtelingen in Nederland onderdak vinden. Een enorm groot getal, zeker wanneer je in ogenschouw neemt dat Nederland op dat moment 6 miljoen inwoners telde. Onder de vluchtelingen bevonden zich zowel burgers als militairen.

Belgenmonument op de Amersfoortse Berg
(Foto: Gilde Amersfoort)

De soldaten werden aanvankelijk geïnterneerd in kazernes. Toen die te klein bleken, liet de Nederlandse regering in Harderwijk, Zeist Oldebroek en Gaasterland tenten- en barakkenkampen bouwen. Het waren in feite kleine dorpsgemeenschappen met voorzieningen als scholen, sportvelden, winkels, kerken en postkantoren. Voor de gezinnen van getrouwde soldaten werden vlakbij de interneringskampen eveneens onderkomens gebouwd.

Als blijk van waardering werkten de geïnterneerde soldaten onder leiding van de Belgische architect Huib Hoste op de Amersfoortse Berg aan de constructie van het zogenoemde ‘Belgenmonument’. Dit qua omvang grootste monument van Nederland is nog altijd een tastbare herinnering aan het verblijf van de Belgische militairen. Naast dit werkverschaffingsproject werd bijna de helft van de geïnterneerde soldaten ook tewerk gesteld in Nederlandse bedrijven. Dat was nodig omdat veel Nederlandse mannen vanwege de oorlogsomstandigheden gemobiliseerd waren.

De burgervluchtelingen werden ondergebracht bij particulieren, in scholen, fabrieken, kerken en overheidsgebouwen. Daartoe hield men inzamelingsacties en werden allerlei lokale, regionale en landelijke hulpcomités opgericht. Daarnaast bouwde de Nederlandse regering opvangkampen (ook wel ‘vluchtoorden’ genoemd) die qua voorzieningen vergelijkbaar waren met de militaire interneringskampen. De drie grootste kampen lagen bij Nunspeet, Ede en Uden. Daarnaast waren er nog een aantal kleinere vluchtoorden bij Bergen op Zoom, Roosendaal, Tilburg, Hontenisse, Baarle-Nassau, Gouda, Amsterdam, Scheveningen, Oldebroek en Veenhuizen.

Zicht op het barakkenkamp te Zeist, 1915

Zicht op het barakkenkamp te Zeist, 1915 (Foto: Museum Flehite)

De meeste burgervluchtelingen keerden vanaf november 1914 weer terug naar België. Toch zouden uiteindelijk meer dan 100.000 Belgische burgers tot na het einde van de Eerste Wereldoorlog in Nederland blijven wonen.