Colofon | ContactEN | FR

Op de vlucht

De eerste Belgische vluchtelingen kwamen vlak na de Duitse inval in Nederland aan. De angst voor het wangedrag van de Duitse soldaten joeg gezinnen in het Noorden van het land naar het neutrale Nederland. De grote vluchtelingenstroom kwam op gang tijdens het Beleg van Antwerpen, tussen 28 september en 10 oktober 1914. Inwoners van Antwerpen en vluchtelingen die meenden dat ze veilig waren in de stad, vluchtten in allerijl naar onze Noorderburen. Velen onder hen deden dit via de Schelde. In enkele dagen tijd vluchtte ongeveer een miljoen Belgen naar Nederland. Dit aantal nam echter vrij snel terug af: vluchtelingen keerden terug naar huis of vertrokken naar Engeland. Ongeveer 105.000 vluchtelingen zouden doorheen de hele oorlog in Nederland blijven.

Tijdens het Beleg van Antwerpen verlieten de militairen de stad, maar 2.000 Britse en 20.000 Belgische militairen slaagden daar niet in. Zij zagen geen andere uitweg dan vluchten naar Nederland. Nederland was in 1914 echter neutraal en mocht dus geen kant kiezen. Het land was er daarom volgens de internationale afspraken ook toe verplicht om de Belgische en Britse soldaten te ontwapenen en hen te interneren. 40.000 militairen brachten de oorlogsjaren door in opvangkampen, maar ongeveer 7.000 onder hen konden vermomd als burger ontsnappen naar het Verenigd Koninkrijk. Zij konden terug naar het Belgische leger keren. Tot op vandaag worden de militairen in de kampen vaak als deserteurs beschouwd.

Vluchtelingen te voet of per fiets aan de grensovergang met Nederland te Putte-Kapellen, 15 oktober 1914 (fotograaf: W. Borrenbergen, foto: FelixArchief)

Een tweede toestroming van vluchtelingen kwam op gang op het einde van 1914. Deze bestond voornamelijk uit vrouwen en kinderen van geïnterneerde soldaten, die bij hun echtgenoot en vader wilden zijn. In 1918 werden 6.640 van zulke families geteld. Halverwege 1915 droogde de vluchtelingenstroom op. De zogenaamde Dodendraad – een elektrische schrikdraad aan de grens tussen België en Nederland die in 1915 werd geplaatst – legde het grensverkeer grotendeels stil. De Belgische arbeiders die de draad mee opstelden, wisten geregeld te ontsnappen, maar wie na de voltooiing nog wilde oversteken, werd geëlektrocuteerd of neergeschoten.

In 1915 liet het Duitse leger een circa 200 kilometer lang stroomhek aanleggen langs de grens van België met Nederland. Geschat wordt dat tussen de 500 en 3000 mensen, waaronder Belgische vluchtelingen, erin zijn omgekomen (Foto: Wikimedia)