Colofon | ContactEN | FR

De leefomstandigheden in de vluchtoorden

Belgische vluchtelingen voor hun onderdak in Bosch-en-Duin bij Zeist, 1915 (fotograaf: W. Borrenbergen, foto: FelixArchief)

De leefomstandigheden van de Belgen in de vluchtoorden waren over het algemeen niet al te best. Zelfs in vluchtoord Ede, dat bekend stond als het beste vluchtoord, werd er geklaagd over het eten en de verwarming. Het militaire regime, het verlies van vrijheid en het besef dat je sociale achtergrond bepaalde in welk kamp je terecht kwam, zorgden ervoor dat de Belgen afkerig stonden tegenover zo’n verblijfsplaats. Dat de levenskwaliteit er dan ook slecht was, maakte hen alleen nog meer ontevreden. Er werd geklaagd over tocht en lekken, slechte sanitaire voorzieningen, het eten … In het militaire kamp van Harderwijk werden de bewoners daardoor zelfs ziek. Longontstekingen, mazelen, cholera en de Spaanse griep tierden er welig. In kamp Zeist bij Amersfoort kwamen de bewoners op 2 en 3 december 1914 in opstand tegen de slechte leefomstandigheden en het strenge regime, met acht doden en achttien gewonden tot gevolg. Na deze opstand zorgde de leiding van het kamp ervoor dat de leefomstandigheden verbeterden en het regime minder streng werd.

Toch waren er ook veel voorzieningen die de situatie van de Belgische vluchtelingen aangenamer maakten. Zo waren er in veel vluchtoorden een kerk en een ziekenhuis of –zaal. Er werd gedacht aan barakken met praktische voorzieningen zoals een keuken en waszaal, maar ook post- en wisselkantoren. De Belgen konden meestal hun inkopen doen in winkels in het kamp, en ook ontspanningsmogelijkheden waren in enkele vluchtoorden aanwezig. In Harderwijk konden de bewoners bijvoorbeeld naar de bibliotheek, de schouwburg of zelfs de bioscoop, en richtten ze hun eigen verenigingen op. Tenslotte werden ook eigen kranten uitgegeven, waaronder het Belgisch Dagblad.