Colofon | ContactEN | FR

Op de vlucht

Meteen na het uitbreken van de oorlog trokken tienduizenden Belgen richting Frankrijk. Velen onder hen kwamen in de havenstad Calais terecht, die het grote aantal vluchtelingen niet op kon vangen. Ongeveer 50.000 van deze vluchtelingen werden daarom in 1914 per schip naar La Rochelle gebracht en van daar naar verschillende departementen in Zuid- en Zuid-West-Frankrijk gebracht. Op deze manier verloren veel gezinsleden elkaar uit het oog. Vluchtelingen die niet via La Rochelle passeerden, vertrokken meestal naar het Noorden, Westen en centrum van Frankrijk.

Belgische vluchtelingen, 1914 (Foto: Wikimedia)

Duizenden vluchtelingen waren ook achtergebleven in de Westhoek, het laatste onbezette hoekje van België. In 1915 werden zij door de Belgische overheid verplicht naar Frankrijk gestuurd. Ongeveer 14.000 onder hen gaven gehoor aan die oproep, maar vele duizenden bleven aan de grens. 80% van de kinderen die tijdens de oorlog in het grensdorp Roesbrugge geboren werden, waren vluchtelingenkinderen.
Onder de vluchtelingen waren ook de zogenaamde Enfants de l’Yser: kinderen die in de gevarenzone bij het front woonden en door het Belgian Front Relief Fund naar het buitenland gebracht werden. In 1914 was dit het neutrale Zwitserland, en vanaf mei 1915 ook Frankrijk. Tijdens de oorlog leefden ongeveer 6.000 Belgische kinderen in schoolkolonies rond Parijs en Rouen. Onder deze kinderen waren ook Emiel en Urbain Sinnesael.

In tegenstelling tot in andere landen, bleef het aantal Belgische vluchtelingen in Frankrijk toenemen. In de zomer van 1915 ging het om 205.000 vluchtelingen; vlak voor de Wapenstilstand was dit 325.000.