Colofon | ContactEN | FR

Philemon Van Cauteren, een Willebroekse soldaat uit WO1

Bij het zoeken naar familieleden tijdens de Eerste Wereldoorlog botste Annie Van Dessel op het merkwaardige huwelijk tussen de oom van haar grootvader, Henricus Franciscus – Henri – Van Dessel en Maria Victorina – Victorine – Segers. Ze waren allebei afkomstig uit Willebroek maar huwden op 23 februari 1918 in het Franse Vierzon-Ville. Bovendien bleek Victorine de weduwe te zijn van soldaat Philemon Van Cauteren, ook afkomstig uit Willebroek en overleden op 7 september 1916 in Vierzon-Forges (het industriegebied van Vierzon). Dit voorval was des te opmerkelijker, aangezien Vierzon ver van het front lag en Philemon pas een jaar nadat hij zware verwondingen had opgelopen overleed. Annie Van Dessel slaagde erin om het verhaal achter deze ontmoeting tussen Willebroekenaren in Frankrijk bloot te leggen en de soldaat Philemon Van Cauteren een gezicht te geven.

Philemon Van Cauteren werd geboren op woensdag 12 september 1888 in Ruisbroek (Antwerpen). Zijn vader, Franciscus Van Cauteren, geboren op dinsdag 14 maart 1854 in Berlare (Oost-Vlaanderen). Zijn moeder, Maria Paulina Verhasselt, geboren op dinsdag 16 augustus 1859 te Londerzeel (Vlaams-Brabant). Op donderdag 14 juli 1881 trouwen Franciscus (27 jaar) en Maria Paulina (21 jaar) in Willebroek. Vader is dagloner en moeder dagloonster bij hun huwelijk en ze wonen beiden in Willebroek.

Hun eerste kind, Maria Ludovica, ziet het levenslicht in de Kaasstraat (nu Heindonksesteenweg) in Willebroek op 8 oktober 1882 en vader is arbeider. Dan volgt zoon Florentinus, geboren in Willebroek op 2 mei 1884, maar het jonge gezin is ondertussen verhuisd naar de Appeldonkstraat. Vader is nog steeds arbeider. Philemon is hun derde kind, maar hij komt ter wereld in Ruisbroek op de Rijweg, op 12 september 1888. Op de geboorteaangifte staat dat vader werkman is. Na Philemon volgt zijn jongste broer Guilielmus, geboren in Blaasveld op 10 maart 1892 in de Broekstraat nr. 11. Vader is op dat ogenblik dagloner. In 1895 verhuisde de familie naar Heindonk waar dochter Maria, op 14 februari 1896 wordt geboren, hun adres is sectie A nr. 47. De boreling is echter niet levensvatbaar en sterft dezelfde dag. Op 10 mei 1899 wordt in Heindonk nog een dochtertje geboren, Rosalia.

Och ramp! Zeven maanden na de geboorte van baby Rosalia overlijdt vader Franciscus op 17 september 1899 te Heindonk. Hij is landbouwer en slechts 45 jaar oud. In welke omstandigheden of waaraan Franciscus overleed hebben we niet gevonden. Het oudste kind, Maria Ludovica, is op dat moment 17 jaar. ‘Onze’ Philemon was enkele dagen voordien net 11 jaar geworden. Moeder Maria Paulina Verhasselt vertrekt na enkele maanden, met haar vijf kinderen, uit Heindonk en wordt op 5 april 1900 terug ingeschreven in Willebroek. Ze wonen opnieuw in de Kaasstraat. Moeder is dan huishoudster, Maria Ludovica is dagloonster en de zestienjarige Florentinus is eveneens dagloner.

Hoogstwaarschijnlijk was het geen welvarend gezin. Vader en moeder waren analfabeet zoals blijkt uit de huwelijksakte en de geboorteakten van de kinderen. Geen van beide ouders kan schrijven. Ook het feit dat het gezin veelvuldig verhuisde binnen een relatief korte tijd doet ons vermoeden dat vader Franciscus steeds naar werk op zoek ging om zijn gezin te onderhouden. Hoe Philemon zijn kindertijd verliep hebben we niet teruggevonden. Tot nu toe weten we evenmin waar en/of hij naar school ging.

Zijn moeder, Maria Paulina, die achterbleef met vijf kinderen, hertrouwde op 27 april 1901 in Willebroek met Petrus Josephus Goossens, wonend in Wilrijk maar geboren in Wolvertem (Vlaams-Brabant) op 23 januari 1854. Bij hun huwelijk is moeder huishoudster en haar nieuwe echtgenoot is dagloner. Dat er armoede heerste in het gezin van Philemon kunnen we afleiden uit het bijgevoegde bewijs van behoeftigheid van de bruid, bij haar huwelijk met Goossens. In 1901 kan moeder nog steeds niet schrijven. De oudste dochter, Maria Ludovica (dagloonster), trouwt 7 maanden nadat haar moeder hertrouwde, in Willebroek op 30 november 1901 met Joseph Charles Blockhuys. Het kersverse paar vertrekt op 14 december 1901 naar Mechelen, Auwegem Winketstraat nr. 20. Hun definitieve uitschrijving in Willebroek gebeurt op 9 januari 1902. Maria Ludovica legt een verklaring af bij de bevolkingsdienst bij haar uitschrijving uit de gemeente Willebroek: het armenbestuur van Heindonk heeft voor haar en haar man alhier een woning gezocht. Kunnen we hieruit opmaken dat ze noodgedwongen naar Mechelen verhuisden? Vermoedelijk zal het gezin Van Cauteren/Goossens het financieel nooit breed gehad hebben. Vandaar misschien de keuze van Philemon om zich in 1909, 8 jaar na het tweede huwelijk van zijn moeder, op te geven als ‘vrijwillige militair’ met premie (VaP).

Bij zijn aanmelding en keuring in Mechelen als ‘vrijwilliger met premie’, kunnen we in zijn militaire dossier lezen dat Philemon aangeeft werkzaam te zijn als dagloner. Op dat ogenblik is hij 20 jaar. In mei 1909, bij zijn keuring in Mechelen, woont Philemon in de Kaasstraat nr. 36. Tijdens zijn opleiding tot militair merken we dat hij telkens voor verlofdagen terugkeert naar dit adres. Dus eindelijk toch enkele jaren stabiliteit voor het gezin?

Bijna 21 jaar oud laat Philemon zich op 21 mei 1909 aanwerven als vrijwilliger met het verkrijgen van een premie. Na de medische keuring te Mechelen werd hij goed bevonden voor een dienst bij de 1e Jagers te Voet. Op 1 augustus 1909 vat hij zijn dienst aan in de kazerne te Charleroi waar de 1e Jagers te Voet gekazerneerd waren en waar de soldaten hun opleiding kregen. Blijkbaar verloopt Philemons militaire opleiding zonder grote problemen. Toch lijkt hij een minder goede gezondheid te genieten. Hij wordt immers enkele malen opgenomen in het ziekenhuis tijdens zijn diensttijd. In 1912 zit zijn militaire opleiding er op en keert hij terug naar Willebroek, naar de Kaasstraat nr. 36. Wat hij na zijn militaire opleiding doet voor zijn levensonderhoud weten we niet.

De kazerne van Charleroi

De kazerne van Charleroi (foto: Wikimedia)

Philemon huwt in Willebroek op 22 november 1913 met Maria Victorina Segers (alias Van Moer), zonder beroep. ‘Victorine’ zoals ze blijkbaar wordt genoemd, is geboren om 22 uur op 25 maart 1891 te Willebroek in de Dorpstraat. Haar moeder, Maria Catharina Van Moer, is dan 18 jaar, ongehuwd en zonder beroep. Op 31 oktober 1893 huwt moeder Maria Catharina Van Moer te Willebroek met Henricus Segers (geboren 5 maart 1870 te Mechelen) en wordt Maria Victorina Van Moer gewettigd tot Maria Victorina Segers.

Op 6 juli 1914 wordt in Willebroek het eerste kind van Philemon en Victorine, een dochtertje, Maria Florentina geboren. De jonge vader kan niet lang genieten van zijn eerste kind. Drie weken na haar geboorte, op 1 augustus 1914, wordt hij reeds terug onder de wapens geroepen, dit keer naar het depot van het 4de Jagers te voet in Charleroi. Het 1ste Jagers te Voet werd bij aanvang van WO 1 opgesplitst en zo komt Philemon terecht bij het 4e Jagers te Voet. Het 4e Jagers te Voet wordt tijdens de begindagen van WO 1 eerst naar Hoei gestuurd. Vanaf 5 augustus 1914 strijden ze te Namen bij de verdediging van de forten. Vervolgens te Sart-Tilman als versterking van de 3de Divisie waarbij ze grote verliezen lijden. Daarna verdedigden ze de fortengordel van Antwerpen. Bij de verdediging van Antwerpen namen zij deel aan de uitvallen van 24 augustus en 9 september 1914. Later trekken ze zich terug richting IJzer. Vanaf 14 oktober 1914 verdedigen ze het front Schoorbakke-Tervate. Daarna namen zij deel aan de strijd in de sector Pervijze-Kaaskerke. Gedurende de loopgrachtenoorlog bezetten zij meerdere plaatsen aan de frontlijn. Eenmaal achter de IJzer nam Philemon deel aan de slag van de IJzer van midden oktober tot einde oktober 1914. Het leverde hem postuum de IJzermedaille op. Hij loopt tweemaal verwondingen op. Vermoedelijk beide keren niet zo heel ernstig, hij keerde immers telkens terug naar het front. Tijdens gevechten te Pervijze wordt Philemon een derde keer gewond op 3 september 1915 en hij loopt een zeer ernstige verwonding aan de buik op.

Verpleegsters Mairi Chisholm and Elsie Knocker

De beroemde verpleegsters Mairi Chisholm and Elsie Knocker verzorgen een gewonde Belgische soldaat in Pervijze (foto: Wikimedia)

Gewonden werden uitgezocht/getrieerd, naar de ernst van hun verwonding. Lichtere blessures werden eerst behandeld. Immers, een aantal soldaten konden kort na verzorging terugkeren naar het front... waar ze dringend nodig waren.

Zware verwondingen, zoals in de buik, werden als laatsten behandeld … Reden? Het infectiegevaar was heel groot, de behandeling vroeg veel tijd van chirurgen en verpleegkundigen en meestal overleden deze soldaten aan hun verwonding, alle moeite van de geneesheren ten spijt. Dokters verloren, brutaal gezegd, kostbare tijd om nog ‘bruikbaar’ kanonnenvlees terug front-klaar te maken. Philemon werd dus een eindje achter de linies gebracht voor eerste verzorging. Als we het bovenstaande over buikchirurgie lezen, kunnen we ons voorstellen dat het ‘wachten’ op je beurt voor behandeling, voor de zwaar gewonden geen pretje was. Het is bijna niet te geloven dat er soldaten waren die deze verwondingen overleefden, gezien het enorm grote risico op infecties.

Twee weken na het oplopen van zijn verwonding werd Philemon op 17 september 1915 doorverwezen naar het Belgisch militaire hulphospitaal voor de Cavaleriedivisie (nr. 9) te Cherbourg. Gebruikelijk werden de gewonde soldaten per trein overgebracht naar Calais. Vanuit Calais ging het dan per boot naar Engeland of naar Cherbourg in Frankrijk. In Cherbourg kon dan de ‘echte’ behandeling starten. Op 8 november 1915 werd Philemon ontslagen uit hospitaal nr. 9 te Cherbourg en kreeg hij verlof zonder soldij, wegens ‘réformé pour incapacité totale’ ofwel ‘afgekeurd wegens totale ongeschiktheid’ voor het leger...

Zijn echtgenote, Victorine, was in 1914 Willebroek ontvlucht richting Frankrijk, samen met haar dochtertje en haar moeder, Maria Catharina Van Moer, die ondertussen weduwe was geworden. Wanneer, hoe en langs waar ze wegkwamen hebben we nog niet teruggevonden. Vast staat dat Victorine Segers en haar gevolg op één of andere manier tot in midden Frankrijk geraakten. In Frankrijk slaat voor Victorine eens te meer het noodlot toe. Op 12 december 1914 overlijdt het vijf maanden oude dochtertje Maria Florentina in de stad Bourges. En weer kennen we de omstandigheden niet...

Uit zijn militaire dossier vernemen we dat Philemon, na zijn ontslag uit het ziekenhuis te Cherbourg, opnieuw gemobiliseerd werd door de Minister van Oorlog, die zich in St. Adresse, te Le Havre bevond in 1916, voor de oorlogsindustrie. Op 15 mei 1916 wordt hij tewerkgesteld in Vierzon-Forges. Philemon werkt als paswerker in de oorspronkelijke landbouwmachinefabriek ‘Société La Vierzonnaise de Construction’. In de volksmond La Vierzonnaise genoemd, ligt aan de Route de Bourges.

In Frankrijk vindt het echtpaar Van Cauteren-Segers mekaar terug. Hoe? Wanneer? Waar? We hebben het niet gevonden. Wel kennen we het adres waarop Victorine en haar moeder in Vierzon-Forges verbleven: Rue Etienne Marcel, nog steeds één van de hoofdstraten in Vierzon-Forges. Richting zuidwesten loopt de straat naar Vierzon-Ville, in het noordwesten, via de route de Bourges, gaat de straat naar Bourges dat 30 km verder ligt, de stad waar dochtertje Maria Florentina overleed. De rue Etienne Marcel loopt parallel aan de rivier de L’Yèvre. Woonde Philemon hier ook of werd hij elders ondergebracht?

Place de la République in Vierzon

Postkaart uit 1905 met een foto van de Place de la République in Vierzon (foto: Wikimedia)

Philemon is vanaf 15 mei 1916 aan het werk in la Vierzonnaise de Construction, als paswerker. We twijfelen er aan dat er op dat moment nog landbouwmachines worden geproduceerd. We vermoeden eerder dat er gewerkt wordt voor de Belgische oorlogsindustrie, vermits het Belgische leger hem naar daar stuurde. Op 3 september 2016 was Philemon (zwaar invalide volgens Victorine) een ladder opgeklommen om een ontkoppelingsdraad opnieuw te bevestigen. Hoe het kwam zullen we nooit weten, Philemon valt van de ladder en komt terecht op zijn één jaar voordien opgelopen buikwonde. Gevolg? Kneuzing van het abdomen gevolgd door een algemene buikvliesontsteking. Hij wordt naar het hulphospitaal nr. 45 in Vierzon-Forges gebracht, waar hij vier dagen later, op 7 september 1916 overlijdt aan deze totale ontsteking. Het is zijn vrouw Victorine, samen met haar moeder, die het overlijden gaat aangeven op het stadhuis van Vierzon-Ville. Hij wordt begraven op het kerkhof van Vierzon-Forges, op het militaire ereperk en daar rust hij tot de dag van vandaag.

Le monument aux morts

“Le monument aux morts” in de tuin van de abdij van Vierzon (foto: ville de Vierzon, Wikimedia)

Na het overlijden van haar echtgenoot, ontdekt Victorine dat ze ongeveer één maand zwanger was, op het moment dat haar echtgenoot overleed. Zo weten wij ook zeker dat ze mekaar ontmoetten, of woonden ze samen in de Rue Etienne Marcel? Hun dochtertje Maria Van Cauteren wordt in Vierzon-Forges geboren op donderdag 19 april 1917.

Tien maanden later, op 23 februari 1918, hertrouwde Victorine in Vierzon-Ville met Henri Van Dessel uit Willebroek. Op welke manier Henri in Vierzon terecht kwam hebben we ook nog niet gevonden. Terug een jaar later bevindt het echtpaar Van Dessel-Segers zich opnieuw in Willebroek. Zij behoorden dus niet tot de 60.000 vluchtelingen die na de oorlog in Frankrijk bleven. In Willebroek wordt hun dochter Sofia Andrea Van Dessel, op 23 april 1919 geboren. Hoe Maria Van Cauteren het in haar verdere leven stelde hebben we nog niet achterhaald. Maria bracht wel haar eerste levensjaren door in Willebroek. Sofia Andrea huwde 21 jaar oud op 12 juli 1940 in Willebroek met Gustaaf Albert Van Assche geboren op 5 december 1916 in Willebroek. Hij overleed op 16 april 1981 te Willebroek. Sofia Andrea overleed op 17 september 1998, 79 jaar oud. Ze werd in Willebroek begraven op 23 september. Uit hun huwelijk werden vier kinderen geboren: Victoire, Jan Maria, Marie-José, Carina Hendrika.

Victorine Segers heeft geen woning meer bij haar terugkeer in Willebroek, blijkbaar werd die vernietigd/beschadigd aan het begin van de oorlog maar ze krijgt niets voor herstel van de haardstede van het comiteit “Hulp en Bescherming”. We weten niet waar ze verblijft tussen haar terugkeer in 1919 en 1920. Dat ze een vastberaden en doorzettende vrouw is, maken we op uit het vervolg van het dossier van haar overleden echtgenoot. Ze schrijft brieven, blijft schrijven en laat schrijven om waar ze recht op heeft op te eisen. Ze kreeg niet de toelage van 300 frank, ook geen vergoeding voor hun huis. Op 23 november 1920 woont ze met haar gezin in de Palingstraat (kort nadien wordt deze straat de Overwinningsstraat). Ze woont in barak (noodwoning) nr. 6403, op het terrein genoemd Vijverhof. Deze noodwoningen Vijverhof bevinden zich op de gronden van de voormalige villa Vijverhof van de familie Peeters. Deze villa moest bij aanvang van de Groote Oorlog plaats ruimen voor het schootsveld. Vijverhof lag tussen de Floridastraat en het kapelletje Ten Bosch op de hoek van de Oude Dendermondsestraat. Wegens de grote woningnood na WO 1 werden op deze lege ruimte noodwoningen opgetrokken.

Victorine is dagloonster in 1920 en heeft twee kinderen, waarvan één uit haar eerste huwelijk (Maria Van Cauteren, geboren in Vierzon-Forges, Frankrijk). In haar brieven schrijft ze dat het vooral voor haar dochtertje Maria is, die haar vader nooit zal kennen, dat haar alle medailles en de eraan verbonden voordelen worden toegekend. Victorine schrijft dat ze ‘begeert’ het aandeel van den strijder te ontvangen. Haar gewezen man heeft nooit veroordelingen opgelopen en hij was zwaar invalide. Als Victorine tussen 1920 en 1922 lid van de Socialistische Oud Strijders afdeling van Willebroek wordt, gaat alles iets vlotter. Op 25 april 1921 wordt haar 1 frontstreep toegekend. Er wordt vastgesteld van Philemon van 1 augustus 1914 tot 7 september 1915 aan het front verbleef, of 1 jaar, 1 maand en 7 dagen, waar zij rente voor zal krijgen. Ondertussen heeft ze ook de 300 frank ontvangen. Op 9 mei 1922 vult Victorine nieuwe formulieren in en tekent ze. Burgemeester A. Vanlandeghem wettigt de verklaring dat ze weduwe is van Philemon Van Cauteren, die tot het gemobiliseerde leger heeft behoord. Sinds 28 april 1922 woont Maria Paulina Verhasselt, de moeder van Philemon in de Kloosterstraat 45. Op 4 maart 1926 woont Victorine in de Overwinningsstraat 126 en schrijft ze nog een brief aan de Minister van Landsverdediging. Ze vraagt de ‘eretekens’ als aandenken aan haar gesneuvelde vader voor haar dochtertje, Maria. Uiteindelijk heeft ze die ook ontvangen.

Hoe het verder gaat met Victorine en Henri? Dat zoeken we nog uit …

Annie Van Dessel