Colofon | ContactEN | FR

Op zoek naar avontuur: Jules Vannieuwenhove in Amerika

Het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van Jules Vannieuwenhove (Van Hove), geboren te Kortrijk op 21 maart 1891 en overleden te Londen op 9 juli 1979.

“Ik vertrok in 1911 met de Red Star Line uit Antwerpen naar de USA waar ik aan land kwam op Ellis Island. Vandaar ben ik vertrokken naar Ohio. Waarom ik vertrokken ben ? Ik was een avonturier en wou mijn familie achterna gaan die al in de Verenigde Staten woonde. Een vriend van mij was ook reeds aan de overkant van de oceaan gaan werk zoeken, met succes.”

Jules Vannieuwenhove in 1930 (Foto: Nicole Deryckere)

Jules Vannieuwenhove in 1930 (Foto: Nicole Deryckere)

Familie en vriend in the States

“Mijn oom, Charles Vannieuwenhove, was op 27 juli 1907 op 57-jarige leeftijd vertrokken met de Kroonland vanuit Antwerpen naar New York. Hij ging zijn dochter Romanie en schoonzoon Georges Adijns vervoegen die in Olneyville (op Rhode Island) woonden. Ze waren wevers. In de States verdienden die toen samen 30 dollar per week, wat in die tijd een enorm bedrag was ! Mijn oom Charles had bij zijn vertrek 150 Belgische frank op zak en sprak enkel Vlaams en Frans, geen Engels. Ik weet niet hoe lang Charles en zijn familie in de States is gebleven, maar ze zijn na een tijdje teruggekomen naar Kortrijk. Daar kochten ze zich toen een huis in de Boerderijstraat.

Mijn vader, Felix Vannieuwenhove, betaalde mijn reis en gaf geld voor mijn terugreis cash mee. Zo kon ik ten allen tijde terugkeren naar Kortrijk als ik wou, en dat was belangrijk. Voordien had mijn vader ook de reis naar de USA betaald voor mijn vriend Aimé, die mekanieker was en die mij laten weten had dat er in Amerika veel werk was.”

Jules en familie bij vertrek met Red Star Line in 1930 (Foto: Nicole Deryckere)

Jules en familie bij vertrek met Red Star Line in 1930 (Foto: Nicole Deryckere)

Een nieuw leven

“Mijn ganse familie is in 1911 per trein mee naar Antwerpen gereisd om me uit te wuiven. Ik reisde met de Red Star Line in eerste klas. Daarom werd ik dus niet ondervraagd en kon ik direct aan boord gaan. De reis duurde ongeveer drie weken.

Ik ben af en toe terug naar Europa gekomen. De eerste keer was als Amerikaans soldaat in 1918. Ik had me als vrijwilliger opgegeven bij het Amerikaanse leger en in dat uniform was ik bij mijn moeder Adèle (Dejaeghere) in Kortrijk het huis binnengestapt. Mijn vader was kort daarvoor in 1918 overleden.

Op 23 september 1919 ben ik tot Amerikaan genaturaliseerd in Piqua (Ohio) en toen heb ik mijn naam laten verkorten tot ‘Van Hove’ omdat dit praktischer was. Ik ben gehuwd, gescheiden en hertrouwd in 1934 en kreeg 2 dochters.

Ik heb als automekanieker gewerkt in de Ford fabrieken in Detroit, waar ik Henry Ford zelf nog heb gekend. Ik was ook werkzaam bij Parke-Davies, een bedrijf waar medicijnen gemaakt werden. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was ik contoleur in dienst van de Amerikaanse staat in oorlogsfabrieken (waar Duitsers werkten). Zo heb ik geleidelijk aan een mooi fortuin opgebouwd.”

Heen en terug

“Mijn familie was soms erg ongerust over mij. Het duurde dikwijls lang voor de familie mij terugzag. Zo heeft mijn schoonbroer Julien Bostoen ooit in de jaren ’20 de Belgische ambassadeur aangeschreven om te achterhalen of ik nog leefde!

In 1930 en in 1932 ben ik tweemaal naar Europa terug gereisd. Op één van deze reizen met de Red Star Line ontmoette ik zelfs de acteurs Mary Pickford en Douglas Fairbanks.

Jules bij zijn vertrek in 1930 (Foto: Nicole Deryckere)

Jules bij zijn vertrek in 1930 (Foto: Nicole Deryckere)

De ganse familie keek naar mij op: ik was welstellend en had voor iedereen cadeautjes bij als ik terug in België was, vooral voor mijn neven en nichtjes. Ik droeg chique kleren en ik had in een koffer zijden hemden en vesten bij. Het was feest als ik naar Kortrijk kwam!

De ganse familie ging met mij op stap wanneer ik op bezoek was, weliswaar met de fiets. De deur van de Groeningelaan (bij mijn zus Palmyre en schoonbroer Julien Bostoen) waar ik toen verbleef, werd platgelopen door mensen die gouden dollars van mij wilden kopen. Ik logeerde soms ook in Brussel bij een kleindochter van mijn broer François, Laurette Bourry.

In 1959 waren al mijn broers en zussen overleden. Ik ben in 1968 overgevlogen voor het huwelijk van Yolande Derolé, de kleindochter van mijn zuster Mélanie. In 1972 was ik van de partij bij het huwelijk van Nicole Deryckere, de kleindochter van mijn zuster Palmyre. In de lente van 1978 was ik terug in België. Bij ieder bezoek aan België trok ik naar het Amerikaans kerkhof in Waregem. In 1978 ben ik met mijn nicht Laure en haar man naar Nevers in Frankrijk gereisd om te zien vanwaar mijn tweede echtgenote afkomstig was.

Jules bezoekt het Amerikaans kerkhof in Waregem op 23 april 1978 (Foto: Nicole Deryckere)

Jules bezoekt het Amerikaans kerkhof in Waregem op 23 april 1978 (Foto: Nicole Deryckere)

Home sweet home

Nicole Deryckere, achternichtje van Jules, vertelt het vervolg:

“Toen hij de laatste keer is afgekomen in 1979 was hij al ziek. Hij had zware longproblemen en werd opgenomen in het Hospitaal te Kortrijk, waar hij  verschillende weken moest blijven tot de dokter hem toestemming gaf om naar de USA terug te vliegen. Hij wilde thuis sterven, bij zijn kinderen. Na de tussenlanding in Londen, mocht hij echter niet meer opstijgen omdat zijn toestand te zeer verslechterd was. Hij is in een Amerikaans militair hospitaal in Engeland overleden. Zijn twee dochters werden door de Amerikaanse ambassade verwittigd van zijn overlijden. Jules is begraven in Roseville (USA) in The Sacred Heart Church. Dat bericht stond in de Gazette van Detroit - nr. 32 (1979).

Jules met dochters en vriend Aimé (Foto: Nicole Deryckere)

Jules met dochters en vriend Aimé (Foto: Nicole Deryckere)

Jules was een echte migrant: als hij in de USA was, wilde hij naar Kortrijk komen. Als hij in Kortrijk was wilde hij terug naar zijn ‘homeland’!”

Dit verhaal werd ons bezorgd door Nicole Deryckere, waarvoor dank.