Colofon | ContactEN | FR

De Belgen in Tonbridge

In het begin van de Eerste Wereldoorlog vluchtten meer dan een miljoen Belgen naar Nederland, Frankrijk en Groot-Brittannië. In Groot-Brittannië werden dan 2.500 lokale hulpcomités voor vluchtelingen opgericht, gesteund door lokale overheden. Honderden initiatieven en evenementen werden georganiseerd voor het goede doel. Voor velen was het helpen van de vluchtelingen een manier om ook bij te dragen aan de oorlog.

Ook in Tonbridge, Kent, werd op 23 september 1914 een War Refugees Committee opgericht, geleid door C. Lowry, de schooldirecteur. Maar ook voor de oprichting werd in Tonbridge aan de vluchtelingen gedacht. Nadat een trein vol vluchtelingen op weg van Folkestone naar Londen gestopt was in Tonbridge en de krant Tonbridge Free Press verhalen over deze vluchtelingen schreef, besloot een groep kinderen om geld in te zamelen. De krant maakte zich ook zorgen over de huisvesting van de vluchtelingen, waar de lokale overheid onvoldoende naar om zag. De oprichting van het War Refugees Committee zou deze problemen verbeteren. De vluchtelingen in Tonbridge verbleven sindsdien in gehuurde huizen of in kamers bij lokale families. Na de val van Antwerpen kwamen meer Belgen toe in Tonbridge en de rest van Groot-Brittannië. De val van Luik en van Brussel dwongen velen om zelfs zonder enig bezit te vluchten. De Britten verwelkomden hen gelukkig met open armen.

In Tonbridge openden verschillende inwoners hun deuren voor de vluchtelingen. Quarry Hill 65 werd aan George Freeland gegeven, die er meteen tien vluchtelingen in huisvestte toen ze aankwamen op 21 oktober 1914. Miss Beeching bood Meadow Bank op de hoek van Hadlow Road en East Street aan, waar zestien arbeiders in terecht kwamen. Ook A. Isard, voorzitter van het Urban District Council, bood zijn huizen in de Pembury Road 64 en Meadow Road 6 aan. Daar kwamen gezinnen uit de middenklasse wonen. Jonge meisjes werden naar het Our Ladies Convent gebracht. Het Belgische hoofdkwartier werd in een cottage in High Street 47 ondergebracht. Verschillende inwoners doneerden meubilair aan de vluchtelingen. De inwoners van Meadow Lawn en het Ladies Committee zamelden geld in om de vluchtelingen bij te kunnen staan. Het Ladies Committee was een subcomité van het War Refugees Committee van Tonbridge. De Urban District Council deed ook een duit in het zakje, en richtte een ruimte in de bibliotheek speciaal voor de Belgen in, zodat zij kranten zoals L'Indépendance belge konden lezen en brieven konden schrijven. Gemiddeld bezochten zo’n 25 personen de ruimte. Ze wilden ook graag met de kaarten spelen, maar dit weigerde de Council. De lokale krant The Kent and Sussex Courier publiceerde geregeld nieuws uit Belgische dagbladen die in Londen te verkrijgen waren. Zo konden de vluchtelingen toch de gebeurtenissen thuis blijven volgen. Kent Education bood aan om Engelse les te geven. Deze ging door in het Technical Institute op maandag-, woensdag- en vrijdagnamiddag. 22 vluchtelingen namen deel. Op de lokale scholen zaten 63 Belgische jongens en 63 Belgische meisjes.

Tonbridge School

Tonbridge School (foto: Wikimedia)

Ook zieken en gewonden kwamen in Tonbridge terecht. Het was namelijk één van de tweehonderd stopping stations, treinstations waar zieken en gewonden afgezet werden en naar ziekenhuizen gereden werden met wagens of ambulances. Het Rode Kruis had daarom ook samen met artsen zijn intrek genomen in het sanatorium van de school in Tonbridge, en in het Quarry Hill house werd een ziekenboeg opgericht om de gewonden op te kunnen vangen. Op 16 oktober 1914 arriveerden 45 gewonde Belgische soldaten en één Franse soldaat. Ze werden verzorgd onder leiding van Miss Gisby en Miss Taylor. Ook de lokale brandweer en verschillende vrijwilligers hielpen. Tegen 15 november waren al zeventien van de soldaten naar herstellingsoorden gestuurd, waaronder ook lokale boerderijen. Hier ontmoette een van de soldaten, Louis Delvigne, de vrouw waarmee hij zou huwen, Margaret Waite. Margaret kreeg van koning Leopold II een ereteken voor haar moed aan het front. Een andere soldaat, Louis Marx, overleed in de ziekenboeg in het Quarry Hill house en kreeg een indrukwekkende begrafenisplechtigheid in Tonbridge, tot in de details beschreven in de Tonbridge Free Press. Zijn graf staat er nog steeds. De steen werd waarschijnlijk opgesteld door de Belgische overheid in de jaren 1920.

Eretekens van de Orde van Leopold II

Eretekens van de Orde van Leopold II (foto: Wikimedia)

Het graf van Louis Marx in Tonbridge

Het graf van Louis Marx in Tonbridge (foto: Pam Mills)

Op 1 januari 1915 organiseerde het Ladies Committee een nieuwjaarsfeest in de parochiezaal in East Street. Alle vluchtelingen werden uitgenodigd en kregen een cadeau. De Tonbridgians wilden de Belgen als gasten behandelen, maar begrepen gauw dat ze hen moesten aanmoedigen om werk te zoeken, zodat ze ook voor zichzelf konden zorgen. Met behulp van het Labour Bureau in Tonbridge vonden ze werk. Op 11 februari 1916 meldde The Kent and Sussex Courier dat meer dan honderd vluchtelingen volledig of deels voor zichzelf konden instaan.

In het daaropvolgende jaar daalde het aantal vluchtelingen sterk: sommigen werden naar Londen vervoerd of vertrokken zelf op zoek naar werk, anderen werden terug naar België geroepen door de overheid. Begin 1917 waren er ongeveer honderd vluchtelingen achtergebleven in Tonbridge. En ook dan stopten de liefdadigheidsinitiatieven niet. De inwoners van Meadow Lawn hadden in oktober 1917 een groot bedrag verzameld. Ook kaartavonden, de verkoop van vlaggen op Belgian Flag Day en filmvertoningen bleken goede manieren op geld in te zamelen. Wanneer meneer Robinet, die op Meadow Road 6 woonde, overleed, zorgden de bewoners van Meadow Lawn voor haar. Toen ze in april 1919 met haar gezin vertrok, kregen ze verschillende afscheidscadeaus. Eén van de inwoners, Pennell, hoopte bij het afscheid dat het gezin gelukkig was in de vierenhalf jaar dat ze in Tonbridge verbleven. Mevrouw Robinets schoonzoon antwoordde hierop dat ze graag naar België terugkeerden, maar dat ze voor altijd zouden blijven denken aan de bewoners van Meadow Lawn aan wie ze veel te danken hadden.

Dit verhaal werd ons bezorgd door Pam Mills en werd bewerkt door Maite De Beukeleer, waarvoor dank.