Colofon | ContactEN | FR

Amerika, het beloofde land van Frederik Van Der Haegen

Het verhaal wordt verteld vanuit het standpunt van Frederik Van Der Haegen, Ninove, 21 januari 1874 – Ninove, 9 december 1955.

Ik werd geboren op 21 januari 1874 in Ninove, als vijfde kind van tien. Mijn ouders heetten Isidoor Van Der Haegen en Hortence Geeroms - we woonden toen aan de Kaai. Op 10 mei 1895 huwde ik met mijn 18-jarige liefde, Marieken Buyl, van op de Burchtdam.

Frederik Van Der Haegen in 1954 (Foto: Marc Van Der Haegen)

Frederik Van Der Haegen in 1954 (Foto: Marc Van Der Haegen)

Ik werd sigarenmaker van beroep, maar sigarenmakers verdienden in Vlaanderen het zout op hun patatten niet. Iedereen kent toch het volksliedje "en nooit al van mijn leven een sigarenmaker aan mijn zij"? In de Ninoofse sigarenmanufacturen verdienden wij als werklieden echter wel 12 tot 15 frank per week. De twijnders, de grote meerderheid van arbeiders in Ninove, waaronder mijn vader, verdienden amper 7 of 8 frank per week. Het kleine industriestadje Ninove kende grote armoede. Gelukkig was er priester Daens die zich het lot van de fabrieksarbeiders aantrok…

Het beloofde land

In de sigarenfabriekjes werkte men van halfacht tot halfzeven en het werk was niet zo ongezond als dat van een twijnder of een arbeider in de lucifersfabrieken. Maar hét beloofde land was Amerika ... want “daar groeiden er dollars aan de bomen”. Ik had al zo een gouden dollar in het echt gezien. Er stond een kop op zoals op alle muntstukken en daarrond stonden dertien sterretjes. Ik had dat onthouden, omdat dertien mijn geluksgetal was. Ja, het fortuin zou ginder voor mij klaarliggen.

Om “vooruit te komen” liet ik in 1903 alles en iedereen achter, en trok ik via Antwerpen per schip van de Red Star Line, de SS Vaderland, naar de Verenigde Staten, waar ik inderdaad meer geluk had, want ik kon er aan de slag in de sigarenfabrieken aan de Oostkust, meer bepaald in de havenstad Boston, hoofdstad van Massachusetts.

Boston circa 1900 (Foto: Marc Van Der Haegen)

Boston circa 1900 (Foto: Marc Van Der Haegen)

Aan de slag in Boston

Boston was een welvarende stad, met bijvoorbeeld al een metro, waar vooral de Ieren de economie beheersten. In de sigarenfabrieken van Boston werd tabak verwerkt van de talrijke plantages in de buurt van Middletown bij de Connecticut River. Dergelijke manufacturen stelden een tachtigtal mensen tewerk en de Vlaamse sigarenmakers waren er zeer gegeerd als bekwame vaklui. Een groepsfoto uit die periode toont onze werkliedenbond De Vereenigde Vlaamsche Sigarenmakers van Boston. We verdienden er bijna het dubbele van thuis en we deelden kamers “op logement”, meestal bij een familielid of streekgenoot, om de kosten te drukken. Sommigen lieten hun gezin overkomen en werden “echte” Amerikanen, zoals Wantjen Karras (Joannes Baptiste De Vits), een stiefbroer van mijn vrouw, bij wie ik inwoonde, eerst in Boston, dan in Chelsea en vervolgens weer in Boston.

Sigarenfabriek in Amerika circa 1900 (Foto: Marc Van Der Haegen)

Sigarenfabriek in Amerika circa 1900 (Foto: Marc Van Der Haegen)

Mijn vrouw, Marieken Buyl, wou echter niet van emigreren weten, en ik pendelde dan de eerste jaren maar heen-en-weer naar Amerika: een tijdje daar gaan werken, mijn geld sparen en dan verzenden naar mijn vrouw die intussen een winkel in mercerie (garen en band) had in de Peperstraat. Af en toe kwam ik dan eens af naar Ninove om vrouw en kinderen te zien. We hadden drie kinderen: Marguerite (°1894), Joseph (°1896) en Isidoor (°1898). Ons vierde kindje, Irma, overleed zeer jong.

Joseph, Marguerite en Isidoor in 1907 (Foto: Marc Van Der Haegen)

Joseph, Marguerite en Isidoor in 1907 (Foto: Marc Van Der Haegen)

Terug thuis in Ninove

Kort na de Eerste Wereldoorlog kwam ik terug naar Ninove en reisde ik op 46-jarige leeftijd voor de laatste keer naar Amerika, met de SS Kroonland naar New York, waar ik aankwam op 31 mei 1920.

Bij de geboorte van mijn kleinzoon Frans in 1921, het oudste kind van mijn zoon Isidoor, moest ik volgens de traditie peter worden, maar ik verbleef toen nog steeds in Amerika. Wel werd ik peter van Isidoors tweede kind, geboren op 10 maart 1923. Mijn petekind werd ook officieel Frederik genaamd, maar dan "op zijn Amerikaans": hij werd Freddy genoemd. In 1923 kwam ik dus definitief naar huis bij mijn gezin in Ninove.

Na mijn laatste verblijf in Boston kocht ik van mijn spaargeld vijf werkmanshuizen en een café aan de Pollarestraat. Mijn café noemde ik uiteraard “café Amerika”, en ik baatte het uit tot vlak voor de Tweede Wereldoorlog. In mijn café was er ook een populaire boldersclub gevestigd. Toen Ninove in september 1944 werd bevrijd door de Britten, hield ik mijn café nog even open als mess voor de officieren. Ze kozen mij uit omdat ik zeer goed Engels sprak, nog een souvenir uit “mijn tijd in Amerika”.

Dit verhaal werd ons bezorgd door Marc Van Der Haegen, achterkleinzoon van Frederik Van Der Haegen, waarvoor dank.