Colofon | ContactEN | FR

Naamkunde

De naamkunde (of onomastiek) is de taalkundige discipline die zowel de persoonsnaamstudie (antroponymie) als de plaatsnaamkunde (toponymie) omvat.

Persoonsnamen

In de naamkunde wordt dus de betekenis van persoonsnamen, zowel voornamen (doopnamen) als achternamen (familienamen) bestudeerd.

Genealogie helpt bij het vinden van de oudste vorm van een familienaam en van daaruit de betekenis van de naam. In Vlaanderen werden – eerst in de dichtbevolkte steden – vanaf 1250-1300 erfelijke familienamen in gebruik genomen. In Oost- en West-Vlaanderen voltrok dit proces zich in de jaren 1300. In andere delen van Vlaanderen kwam het gebruik van erfelijke familienamen pas veel later.

De gewoonte om een familienaam te geven, kwam via Frankrijk overgewaaid vanuit Italië (reeds in de twaalfde eeuw). De familienaam kwam tot stand via de voornaam van de vader of moeder, om een verwantschap weer te geven, om een beroep of bezigheid weer te geven, om te wijzen op een bijzondere eigenschap of om de herkomst of woonplaats aan te duiden. De geografische verspreiding van je familienaam kan je opzoeken via internet:

Het geven van een voornaam is ouder. De meeste van onze voornamen gaan terug op Germaanse of Latijnse voornamen. Gezien het gebruik van het toekennen van een of meer voornamen bij het toedienen van het doopsel, ontstond het gebruik van het geven van heiligennamen. Het was bovendien de gewoonte dat de doopheffers hun voornamen doorgaven aan hun doopkind. Omdat dit zorgde voor een zekere continuïteit binnen de familie, heeft dit gebruik ook een genealogisch belang.

Het geven van voornamen is uiteraard aan allerlei modetrends, regionale en sociale verschillen gebonden. In Frankrijk werd de keuze van de voornaam vastgelegd door de wet van 11 Germinal XI (1.4.1803) waarbij men een naam moest kiezen uit de gangbare kalender of de oude geschiedenis. Deze wet werd ook in België van kracht.

Plaatsnamen

Om de vroegste vermeldingen van plaatsnamen (en de naamsvarianten) op te sporen, kan je gebruik maken van een toponymisch woordenboek. Het toponymisch woordenboek van Maurits Gysseling is een standaardwerk dat nu ook als databank doorzoekbaar is.


Meer weten?

Over antroponymie

  • F. Debrabandere m.m.v. P. De Baets, Woordenboek van de familienamen in België en Noord-Frankrijk (Amsterdam en Antwerpen 2003).
  • F. Debrabandere, 'Oude vleivormen en varianten van voornamen', Vlaamse Stam 11 (1975) 79-95.
  • J. Winkler en J. Nijen Twilhaar, Achternamen in Nederland & Vlaanderen. Oorsprong, geschiedenis en betekenis (Den Haag 2006).
  • J. Van der Schaar, D. Gerritzen en J.B. Berns, Spectrum voornamenboek (1993).
  • J. Herbillon en J. Germain, Dictionnaire des noms de famille en Belgique Romane et dans les régions limitrophes [Flandre, France du Nord, Luxembourg], 2 dln. (Brussel, 1996).

Over toponymie

  • K. De Flou, Woordenboek der toponymie van Westelijk Vlaanderen, Vlaamsch Artesië, het Land van den Hoek, de graafschappen Guines en Boulogne en een gedeelte van het graafschap Ponthieu, 18 dln. (Brugge en Gent 1914-1938).
  • H. Hasquin (red.), Gemeenten van België, geschiedkundig en administratief-geografisch woordenboek, 4 dln. (Brussel 1980-1981).