Colofon | ContactEN | FR

In een notendop

Bram Beelaert en Marie-Charlotte Le Bailly

Tussen 1860 en 1914 emigreerden zo’n 52 miljoen Europeanen naar een bestemming overzee. Zo’n 37 miljoen, een goede drie vierde dus, gingen naar Noord-Amerika. Iedereen had zijn eigen redenen om te vertrekken. De beslissing werd individueel of in gezinsverband genomen en was dikwijls het resultaat van lang afwegen en twijfelen. Veruit de meesten verlieten Europa om economische redenen. Terwijl Amerika zich volop aan het ontwikkelen was, werd de bevolkingsdruk op het Europese platteland steeds groter.

Emigranten schepen in aan de kaaien, circa 1900
(Foto: collectie Janssens, Antwerpen)

De Eerste Wereldoorlog betekende het einde van het tijdperk van de massa-emigratie. Door het krijgsgewoel viel de emigratie nagenoeg stil, en na de wapenstilstand kwam ze nooit meer echt op gang. De Verenigde Staten voerden in 1921 en 1924 emigratiequota in en ook in Europa werden de migratiewetgevingen strenger. Aan het relatief vrije verkeer van mensen tijdens de lange negentiende eeuw kwam een eind. De crisis van de jaren 1930 legde de transatlantische migratie volledig stil.