Colofon | ContactEN | FR

Patentrol

Bladzijde uit het patentregister van Scheldewindeke, 1903 (Rijksarchief Gent).

Periode

1791-begin 20ste eeuw (vervangen door de vennootschapsbelasting)

Bewaarplaats

Stads- of gemeentearchief en Rijksarchief

Raadpleegbaar

Patentrollen bewaard in het stads- of gemeentearchief zijn raadpleegbaar indien ze minstens 30 jaar oud zijn.

Gegevens

De patentrollen, jaarlijks opgestelde lijsten van belastingplichtigen onderhevig aan de patentbelasting, bevatten de namen van alle personen die op zelfstandige basis in handel en nijverheid werkzaam waren (ambachtslui, middenstanders, handelaars, kleine en grote ondernemers). Daarnaast vind je er ook gegevens terug op basis waarvan de fiscus de beroepsinkomsten en het bijhorende aanslagbedrag bepaalde. Het gaat hier bijvoorbeeld om het aantal geproduceerde eenheden, het aantal tewerkgestelde arbeiders, aantal werktuigen, stoommachines, de verbruikte grondstoffen etc. Vanaf 1819 werden 15 beroepsgroepen opgesteld die in twee categorieën opgedeeld werden. Beroepen belast volgens tarief A (met 17 verschillende klassen) betaalden in alle gemeenten hetzelfde bedrag; beroepen belast volgens tarief B betaalden naargelang het aantal inwoners van de gemeente. Er werden zes categorieën van gemeenten voorzien voorzien van telkens 14 belastingklassen.

Let op

  • Patentrollen geven enkel een idee van de geschatte beroepsinkomsten en dus niet van de nettowinst of de omzet van een onderneming.
  • Het gebruik van een maximum bij de aanslagvoeten laat niet toe de superrijken te onderscheiden of verder te differentiëren binnen de hoogste klasse.
  • Ambtenaren waren vrijgesteld van patentbelasting. Na 1849 moesten ook kleine zelfstandigen (mensen die geen personeel in dienst hadden) geen patentrecht meer betalen. Ambachtelijke ondernemers zijn vanaf midden 19e eeuw dus niet meer in deze bronnen te traceren.
  • Tot 1816 werd enkel het hoofdberoep belast. Nadien zijn de patentrollen vollediger omdat ze ook een beeld geven van nevenactiviteiten.